Heb je vragen? Stuur mij gerust een bericht en volg me op https://www.facebook.com/MinifarmWaadhoeke

Omgaan met drachtige dieren

Als de bevruchting heeft plaats gevonden zien we ruim vier weken later dat de voedster haar uit haar vacht (vooral van de buik) gaat plukken. De voedster doet dit ook wel met 3 weken al, dat hangt van de voedster af. Hierdoor maakt ze haar tepels vrij voor het zogen en het haar wordt samen het stro gebruikt om een nest te maken. Als een voedster meestal rond de twee weken drachttijd een nest begint te bouwen is ze schijnzwanger, dit betekent dus een mislukte dekking. Het nest dien je dan weg te halen, de voedster kun je opnieuw laten dekken. Bij dwergrassen is het vaak raadzaam om een nestkastje te gebruiken. Dit nestkastje wordt een week voor het werpen in het hok geplaatst. De dracht van een voedster duurt ongeveer 31 dagen, kleinere rassen zijn soms langer drachtig en grotere rassen bevallen soms te vroeg. Hou het dus bij 30 tot 32 dagen, er zijn zelfs gevallen bekend dat een voedster het zes tot zeven weken ophield en kerngezonde jongen ter wereld bracht. Dit is natuurlijk een uitzondering maar het gebeurt wel! In de dracht periode wordt de voedster met rust gelaten. Wel is het goed de drachtige voedster wat extra krachtvoer te geven.

 

Als de jonge konijnen geboren zijn is het belangrijk om meteen een controle te doen. Er moet gecontroleerd worden of er ook doodgeboren jongen of afwijkende jongen zijn. Deze worden uiteraard uit het nest gehaald. De jongen worden volledig hulpeloos, onbehaard en met gesloten ogen geboren. Pas na negen dagen gaan de ogen open. Voedsters hebben meestal acht tepels. Zijn er meer jongen geboren, dan moet het aantal terug gebracht worden naar acht of bij voorkeur naar zes. Daarom is het handig om meerdere voedsters te gelijk te laten dekken zodat je bij een te groot nest jongen kunt overdragen naar een ander nest. Kleinere rassen krijgen meestal niet meer drie tot vijf jongen jongen, maar ook kleinere nestjes komen vaak voor. Groter rassen werpen met gemak negen tot dertien jongen, ook hier komen kleinere nesten voor, maar dat is een zeldzame verschijning.

 

Als de jongen tien dagen oud zijn moet gecontroleerd worden of de ogen open zijn. Is dit niet het geval, dan moeten de ogen uiterlijk op een leeftijd van elf of twaalf dagen voorzichtig open gemaakt worden. Als dit niet wordt gedaan, blijven de dieren blind. Een voedster met jongen mag de hele dag een volle bak met voer hebben. Zij moet zeker zes weken voldoende melk produceren om de jonge konijnen goed te laten opgroeien. Na een week of zeven tot acht kunnen de jongen bij de voedster weggehaald worden. Zij worden dan gespeend. Het weghalen van de jongen wordt allemaal tegelijk gedaan, nooit een voor een. Een voedster in goede conditie kan met gemak drie tot vier nesten in een jaar grootbrengen. De voedster word verhuist naar een ander hok waar ze in de rust word gezet, de jongen blijven nog tot twee weken in hun eigen hok waar ze geboren zijn, uit resultaten en ervaring blijkt dat dit de jongen een vertrouwd gevoel geeft en ontwikkelen ze zich ook beter, ook groeien ze in deze situatie meer dan ze meteen verhuizen na het spenen, stress is dan niet aanwezig.